DE TAPIR: EEN BIJZONDER DIER IN HET SURINAAMSE BOS

In de bossen van Suriname leeft een bijzonder dier dat tapir wordt genoemd. In Suriname noemen veel mensen dit dier ook bofru. De wetenschappelijke naam van de tapir is Tapirus terrestris. Het is het grootste landzoogdier dat in onze bossen leeft.

De tapir heeft een stevig lichaam, korte poten en een kleine slurfachtige neus. Met die neus kan hij goed ruiken en voedsel zoeken. Tapirs leven meestal alleen en zijn vooral actief in de avond en in de nacht. Overdag rusten ze vaak in het bos of dicht bij water.

De tapir is een planteneter. Hij eet onder andere bladeren, vruchten, jonge takken en waterplanten. Omdat tapirs veel vruchten eten en de zaden later weer uitpoepen in het bos, helpen ze ook om nieuwe bomen en planten te laten groeien. Daarom zijn tapirs belangrijk voor het bos. Tapirs houden ook veel van water. Ze zwemmen graag in kreken en rivieren. Water helpt hen om af te koelen en om zich te beschermen tegen insecten.

In Suriname is de tapir een beschermd dier in een bepaalde periode van het jaar. Van september tot en met mei van elk jaar mag niemand een tapir doden, vangen, verkopen of weggeven als geschenk. Deze periode heet het gesloten seizoen voor het jagen op de tapir. Dit wordt gedaan om het dier te beschermen, zodat er genoeg tapirs in het bos blijven leven en ze hun jongen kunnen krijgen.

Door dieren zoals de tapir te beschermen, helpen we ook om ons prachtige Surinaamse bos en de natuur gezond te houden.