SDG DOEL 2: GEEN HONGER

In het dorpje Swietie woont een meisje dat Mila heet. Mila houdt van tekenen, katten… en vooral van eten. Haar lievelingseten is cassavesoep.

Op een dag zag Mila iets verdrietigs. Haar nieuwe vriend Samir had geen brood bij zich op school.
“Heb je je lunch vergeten?” vroeg Mila.
Samir schudde zijn hoofd. “Nee… thuis is er soms gewoon niet genoeg eten.”

Mila vind dat oneerlijk. Want ze wist: niemand hoort met honger rond te lopen.

Die middag gaat ze naar haar opa, die een oude, rommelige tuin heeft. Achterin staat een bordje:
De Magische Moestuin – voor iedereen die wil delen

“Als je deze tuin goed verzorgt,” zei opa geheimzinnig, “dan groeit er altijd genoeg. Niet alleen voor jou, maar voor iedereen.”

Mila, Samir en een paar andere kinderen uit de buurt beginnen te helpen. Ze planten wortels, tomaten, rijstplantjes en bonen. Ze geven water, trekken onkruid weg en… ze delen alles wat groeit.

En weet je wat? Elke keer als ze delen, lijkt de tuin nóg beter te groeien.

Al snel is er soep voor Samir. En brood voor zijn zusje. En fruit voor de oude buurvrouw. Het hele dorp helpt mee: sommige mensen koken, anderen brengen zaadjes, en de kinderen helpen in de tuin.

Mila leert iets belangrijks:

In de wereld is er eigenlijk genoeg eten voor iedereen.
Maar we moeten het eerlijk delen, goed zorgen voor de aarde, en elkaar helpen.

Dat is precies wat SDG-doel 2: Geen honger betekent:
Zorgen dat iedereen genoeg en gezond eten heeft.
En dat we slim en lief omgaan met de natuur en met elkaar.