Elke dag, als de zon hoog aan de hemel staat, zien we aan de Van ’t Hogerhuystraat iets bijzonders.
Daar staat een vrouw met een paar kinderen die fruit en maïs langs de weg verkopen. De kinderen zijn niet allemaal even oud. De één is nog klein, de ander al wat groter. Ze lachen soms, maar je ziet ook dat het hard werken is.
Wij hopen dat deze kinderen eerst naar school gaan.
Na school helpen ze hun moeder met verkopen. Niet omdat ze dat zo leuk vinden, maar omdat hun familie het moeilijk heeft. Sommige gezinnen hebben weinig geld en geen andere keuze. Samen proberen ze genoeg te verdienen om eten te kunnen kopen en te leven.
Het is knap en dapper dat deze kinderen helpen.
Ze kiezen ervoor om eerlijk te werken en niet te stelen. Dat verdient respect.
Maar… kinderen horen ook kind te zijn.
Ze horen te spelen, te leren, te lachen en te dromen. Ze zouden zich geen zorgen moeten maken over geld of over lang in de felle zon staan. En het is ook gevaarlijk om zo dicht bij de weg te staan, want het verkeer is druk en sommige bestuurders rijden roekeloos.
Een kind hoort veilig te zijn.
Een kind hoort tijd te hebben om huiswerk te maken, te spelen met vriendjes en vriendinnetjes, en groot te dromen over later.
Laten we daarom omkijken naar elkaar.
Laten we lief zijn, voorzichtig rijden, en niet vergeten dat achter elke kraam langs de weg een verhaal zit. Een verhaal van moed, maar ook van zorgen. En vooral: een verhaal van kinderen die gewoon kind willen zijn.
